Stap C: Centrumvisies actueel?

Het is na 5 mei, nieuwe reacties zijn niet meer mogelijk.

Visies op centra nog actueel?

Voor de twee grootste winkelgebieden in de gemeente bestaan ‘centrumvisies’. In 2011 is de visie voor Leerdam opgesteld. In 2016 zijn projecten voor het centrum van Vianen opgesteld. Redelijk recent (2018) is een detailhandelsvisie opgesteld voor de voormalige gemeente Zederik, daarin staat geen uitgebreide ‘centrumvisie’.

De vraag bij Stap C is: sluiten de bestaande visies voor de centra van Vianen en Leerdam nog aan bij de opgave in 2020 en verder? Welke eventuele aanpassingen zijn nodig? In deze harmonisatie van het detailhandelsbeleid worden geen compleet nieuwe visies bedacht.

We begrijpen dat u de centrumvisies uit 2011 en 2016 niet uit uw hoofd kent. Op pagina 2 en 3 staat een korte toelichting per centrum, met aan het eind onze vragen aan u.

Stap B: Detailhandelsvisie

Het is na 5 mei, nieuwe reacties zijn niet meer mogelijk.

Wat is een detailhandelsvisie?

Doel van de voorliggende concept-detailhandelsvisie is het scheppen van een helder beleids- en toetsingskader. De visie geeft aan waar in de toekomst detailhandel gewenst is en waar dit dus beleidsmatig gestimuleerd wordt.

Conceptvisie: korte toelichting

Op basis van de analyse en het voormalige beleid van de gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik heeft DTNP een concept-detailhandelsvisie opgesteld. Met deze conceptvisie wordt een balans gevonden tussen een zo groot en divers mogelijk winkelaanbod in de gemeente en de nabijheid van winkelvoorzieningen voor de inwoners. Naast de aankoopfunctie (winkels) hebben centrumgebieden natuurlijk ook een belangrijke sociale en toeristische functie. De voormalige gemeenten hebben deze belangen ook tegen elkaar afgewogen. Grote veranderingen worden dan ook niet voorgesteld, wel wordt nu voor de hele gemeente dezelfde terminologie gehanteerd (harmonisatie).

Klik op de afbeelding om de afbeelding groter weer te geven.

Wat betekent dat nou concreet?

De gemeente zet in op het in stand houden van deze sterke structuur. Om dat mogelijk te maken beperkt de gemeente ruimte voor ontwikkelingen daarbuiten.

  • De locaties voor ‘volumineuze detailhandel’ zijn uitzonderingslocaties voor winkels die vanwege het type verkochte artikelen een erg grote uitstalling nodig hebben en daardoor moeilijk in centra inpasbaar zijn (bijvoorbeeld keukenwinkels of bouwmarkten). Hier worden bijpassende regels aan verbonden die de vestiging van normale winkels op deze locaties voorkomt.
  • Om de lokale centrumgebieden sterk te kunnen houden zijn ook beperkingen wenselijk voor de ontwikkeling van winkelactiviteiten in buitengebieden. Zo worden er regels gesteld aan verkoop aan consumenten bij de boer, zodat hier geen verkapte normale winkel of zelfs supermarkt ontstaat.

Binnen de centrumgebieden zelf worden ontwikkelingen beoordeeld op de verzorgingsfunctie. In lokale dorps- of buurtcentra zijn bijvoorbeeld geen ontwikkelingen wenselijk zijn die een groot verzorgingsgebied nodig hebben.

  • Zo zou de gemeente vanuit deze conceptvisie bijvoorbeeld geen ontwikkeling van een erg grote supermarkt toestaan in Ameide. Dat zou er namelijk voor zorgen dat er te veel klanten van elders hier hun boodschappen gaan doen. Dat zorgt er weer voor dat er te weinig consumenten in de andere winkelcentra komen, waardoor de toekomstbestendigheid van die winkelgebieden onder druk komt te staan. Een supermarkt die zich vooral op Ameide en Tienhoven richt, zoals de huidige, past wel prima in het detailhandelsbeleid.

Heeft u een aanvulling of opmerking bij deze conceptvisie? Deel uw gedachten hier:

Stap A: Analyse

Het is na 5 mei, nieuwe reacties zijn niet meer mogelijk.

Analyse huidige situatie: korte toelichting

Het koopgedrag van consumenten in Nederland is de afgelopen jaren snel veranderd. De groei van online bestedingen is daarin de belangrijkste ontwikkeling. Vooral bestedingen aan niet-dagelijkse producten (alles behalve boodschappen) worden al veel online gedaan. De inwoners van Vijfheerenlanden zijn daar geen uitzondering op. Boodschappen worden in verhouding nog niet zo veel online gedaan, mogelijk brengt corona daarin wel een versnelling op gang.

Het gevolg van de snelle groei van online bestedingen is dat er minder besteed wordt in fysieke winkels. Niet elk centrum merkt daar evenveel van. Grote binnensteden, zoals de binnenstad van Utrecht, blijven aantrekkelijk voor een dagje naar de stad. Ook een nabij en gemakkelijk boodschappencentrum met modern supermarktaanbod is voor veel consumenten aantrekkelijk. Daartussen zit een grote groep centra die de bestedingen snel terug zien lopen.

Klik op de afbeelding om de afbeelding groter weer te geven.

  • De hoofdcentra van Leerdam en Vianen vallen binnen de groep centra die de bestedingen ziet teruglopen. Het winkelaanbod neemt hier al enige tijd af, met leegstand als gevolg. De huidige coronacrisis zal naar verwachting van DTNP deze trend versnellen.
  • Supermarkten zijn de winkels met de grootste bezoekersaantallen. Waar supermarkten zijn is het druk. Daarmee zijn supermarkten medebepalend voor de kansen voor andere winkels en publieke voorzieningen. De gemiddelde omvang van de supermarkten in de gemeente is voor de huidige maatstaven wat aan de kleine kant. Mogelijk dat sommige supermarkten dan ook willen uitbreiden en/of verplaatsen. Het aantal inwoners in de gemeente neemt de komende tijd verder toe, onder andere door nieuwbouw, zoals de wijk Broekgraaf bij Leerdam en het nieuwbouwdorp Hoef en Haag bij Vianen. In Hoef en Haag staat nog een nieuwe supermarkt gepland.

Heeft u een aanvulling of opmerking bij deze analyse? Deel de kansen en knelpunten die u ziet hier: